Pensioenhervorming: de ene pensioenloopbaan is de andere niet

Telt een periode van ziekte, zorgverlof of deeltijds werk mee voor de pensioenloopbaan? Het juiste antwoord heeft een concrete invloed op de vroegste pensioendatum, de toepassing van de pensioenmalus en de opbouw van een pensioenbonus. Toch is dat antwoord niet voor elke pensioenmaatregel hetzelfde.

Een loopbaan is in voor bepaalde pensioenmaatregelen immers niet altijd dezelfde loopbaan. Elke maatregel hanteert eigen drempels en bepaalt afzonderlijk welke gewerkte en gelijkgestelde perioden meetellen. Voor werkgevers en HR-verantwoordelijken is dat onderscheid essentieel om correcte verwachtingen te scheppen. In deze blogpost zetten we de nieuwe “werkvoorwaarde” helder uiteen.

Wat is de werkvoorwaarde?

De “werkvoorwaarde” is een kwantitatieve loopbaanvoorwaarde waarbij voor een specifieke pensioenmaatregel een bepaald aantal dagen effectieve beroepsactiviteit of daarmee voor die maatregel gelijkgestelde perioden moet worden bewezen. De regels gelden voor werknemers, zelfstandigen en ambtenaren, maar de concrete vertaling verschilt volgens het pensioenstelsel.

Ook de pensioenmaatregel zelf is bepalend. De lijst van perioden die meetellen voor de ene maatregel is ruimer dan voor de andere. Bovendien betekent het feit dat een afwezigheidsperiode meetelt voor de pensioenberekening niet noodzakelijk dat zij voor iedere werkvoorwaarde meetelt.

Welke perioden tellen precies mee?

De wet onderscheidt in grote lijnen drie groepen:

  • Een eerste groep omvat de breed meetellende perioden, zoals (uiteraard) effectieve beroepsactiviteit, maar ook bepaalde wettelijk beschermde perioden, zoals moederschapsrust, tijdelijke werkloosheid of militaire dienst, kunnen tot deze groep behoren.
  • Een tweede groep bestaat uit bijkomend “beschermde perioden”. Het gaat onder meer om bepaalde zorgverloven, thematische verloven en gemotiveerde loopbaanonderbrekingen.
  • De derde groep omvat ziekte- en invaliditeitsperioden. Deze groep is vooral relevant om de pensioenmalus te vermijden.

De concrete behandeling hangt steeds af van de pensioenmaatregel, het statuut van de betrokkene en de juiste registratie van de loopbaan. Bij gemengde of internationale loopbanen wordt de analyse nog complexer, omdat perioden uit verschillende pensioenstelsels moeten worden samengevoegd.

Vervroegd pensioen vanaf 60 jaar: de strengste voorwaarde

Vanaf 2027 komt er een nieuwe mogelijkheid om vanaf 60 jaar met vervroegd pensioen te gaan. Daarvoor moet de betrokkene 42 loopbaanjaren bewijzen die elk minstens 234 effectief gewerkte dagen tellen.

Deze toegang tot het vervroegd pensioen is bedoeld voor personen met een lange en arbeidsintensieve loopbaan. De lijst van meetellende perioden is daarom beperkt tot de eerste groep: werkelijke arbeid en een aantal specifiek beschermde perioden tellen mee, maar bijkomende zorgperioden en ziekte- of invaliditeitsperioden kunnen in beginsel niet worden gebruikt om de drempel van 234 dagen te bereiken.

Een loopbaan kan dus lang genoeg zijn om aan de gewone loopbaanvoorwaarde te voldoen, maar toch onvoldoende jaren met 234 meetellende dagen bevatten om vanaf 60 jaar met pensioen te gaan.

Meer bescherming tegen de pensioenmalus

Wie vóór de wettelijke pensioenleeftijd met pensioen gaat, kan vanaf 2027 met een pensioenmalus worden geconfronteerd. De pensioenmalus komt neer op een vermindering van het bedrag van het wettelijk pensioen. De vermindering wordt niet toegepast wanneer de betrokkene een voldoende lange en arbeidsintensieve loopbaan bewijst. Daarvoor geldt een dubbele werkvoorwaarde:

  • De loopbaan moet minstens 35 kalenderjaren omvatten waarin telkens minstens 156 meetellende dagen worden bewezen.
  • Daarnaast moeten over de volledige loopbaan minstens 7.020 meetellende dagen worden bereikt.

Voor deze toets is de lijst van beschermde perioden het ruimst. Naast werkelijke arbeid en bepaalde zorgperioden kunnen ook ziekte- en invaliditeitsperioden meetellen. De wetgever wil zo vermijden dat personen die door gezondheidsproblemen niet konden werken, alleen daardoor aan de pensioenmalus zouden worden onderworpen.

De pensioenbonus volgt een tussenweg

Wie het pensioen uitstelt tot na de wettelijke pensioenleeftijd, kan onder voorwaarden een nieuwe pensioenbonus opbouwen. Ook daarvoor geldt in principe de dubbele werkvoorwaarde van 35 loopbaanjaren met minstens 156 dagen par jaar en minstens 7.020 dagen over de volledige loopbaan.

De lijst van meetellende perioden is evenwel beperkter dan voor de vrijwaring van de pensioenmalus. Werkelijke arbeid en bepaalde bijkomend beschermde perioden, waaronder bepaalde zorgverloven, kunnen meetellen. Ziekte- en invaliditeitsperioden leveren daarentegen in beginsel geen bonusdagen op. Eenzelfde periode kan dus verschillende gevolgen hebben: zij kan bescherming bieden tegen een pensioenvermindering, maar niet bijdragen aan een verhoging van het pensioen.

Waarom is dit relevant voor werkgevers en pensioenprofessionals?

Werkgevers berekenen het wettelijke pensioen niet zelf. Toch zullen HR-diensten steeds vaker vragen krijgen over de gevolgen van deeltijds werk, zorgverlof, ziekte, invaliditeit en loopbaanonderbreking.

Een communicatie die alleen verwijst naar het aantal loopbaanjaren kan verkeerde verwachtingen creëren. De inhoud van die jaren is minstens even belangrijk. Bij publieke werkgevers verdient ook de statutaire kwalificatie van afwezigheden bijzondere aandacht. Eenzelfde gangbare benaming kan juridisch verschillende administratieve toestanden dekken.

Ook eindeloopbaanbeleid, personeelsplanning en pensioencommunicatie kunnen hierdoor worden beïnvloed. Zeker bij een gemengde of internationale loopbaan is een individuele analyse vaak noodzakelijk. Een lange loopbaan volstaat voortaan dus niet altijd. Voor iedere maatregel moet afzonderlijk worden onderzocht welke perioden meetellen en of de betrokken drempel wordt bereikt.