NAR to the rescue, deel 2: Harmonisering aanvullende pensioenen arbeiders-bedienden: inhoud geharmoniseerde pensioenstelsels

Op 17 december 2019 bracht de Nationale Arbeidsraad een advies [1] uit omtrent de harmonisering inzake aanvullende pensioenen tussen arbeiders en bedienden. Als vervolg op onze blogpost van 15 januari 2020, spitsen we ons in het tweede deel van onze reeks blogposts omtrent het advies van de NAR toe op de inhoud van de geharmoniseerde pensioenstelsels.

Het pensioenreglement is het hart van de pensioentoezegging. Het bepaalt de ‘spelregels’ van het aanvullend pensioenplan. Wanneer de pensioentoezegging aan arbeiders en bedienden moet worden geharmoniseerd, is het belangrijk te weten welke ‘spelregels’ op elkaar moeten worden afgestemd.

Welnu, er moet een onderscheid worden gemaakt tussen enerzijds de bepalingen die de kern van de pensioentoezegging van de inrichter beogen. Deze bepalingen moeten verplicht worden geharmoniseerd. Anderzijds zijn er de bepalingen die de uitvoering van de pensioentoezegging door de pensioeninstelling beogen. Hiervan zou de harmonisering niet vereist zijn.

De volgende elementen beschouwt de NAR als behorend tot de kern van een pensioentoezegging:

  • het luik pensioen en het luik overlijden;
  • het referentieloon (onder bepaalde voorwaarden kan er rekening worden gehouden met de “eigenheid” van een loon voor bedienden en één voor arbeiders, bijv. maandloon versus uurloon);
  • de pensioenleeftijd;
  • de dekking premievrijstelling in geval van invaliditeit.

Enkele elementen die niet het voorwerp van harmonisering zouden hoeven uit te maken, zijn:

  • de dekking arbeidsongeschiktheid en invaliditeit (hetgeen logisch is, aangezien deze ook niet onder WAP vallen);
  • de solidariteitstoezegging;
  • de mogelijkheid tot voorschot of inpandgeving;
  • facultatieve persoonlijke overeenkomsten;
  • de identiteit van de pensioeninstelling (verzekeringsonderneming of IBP);
  • het beheer in het kader van tak 21 of tak 23;
  • technische intrestvoet toegepast door de verzekeraar.

Tot slot stipt de NAR aan dat het verschil in behandeling dat resulteert uit een historische keuze (bijv. keuze voor cash salaris i.p.v. premie in een pensioenplan) geen discriminatie uitmaakt, als kan worden aangetoond dat er voor het verschil in behandeling een redelijke verantwoording kan worden gegeven. In een volgende blogpost worden de aanbevelingen van de NAR voor de harmonisering op sectoraal niveau onder de loep genomen.


[1] Advies nr. 2.155 van de NAR van 17 december 2019, http://www.cnt.be/ADVIES/advies-2155.pdf.