Wordt een systeem van tijdsregistratie de facto verplicht?

Zoals wij in een eerdere blogpost al aanhaalden, oordeelde het Europese Hof van Justitie in een beslissing van 14 mei 2019 (H.v.J. 14 mei 2019, C-55/18, CCOO / Deutsche Bank) dat:

de lidstaten aan werkgevers dan ook de verplichting [moeten] opleggen om een objectief, betrouwbaar en toegankelijk systeem op te zetten waarmee de dagelijkse arbeidstijd van iedere werknemer wordt geregistreerd”.

Zoals we in diezelfde blogpost al aangaven, veronderstelde dit in principe een wettelijke tussenkomst, maar was het slechts een kwestie van tijd vooraleer de Arbeidshoven- en rechtbanken zich op dit arrest zouden inspireren om deze verplichting onrechtstreeks op te leggen.

Met het arrest van 22 mei 2020 van het Brusselse Arbeidshof volgt nu een eerste Belgisch arrest waarin een Belgisch Arbeidshof zich op deze Europese rechtspraak baseert.

De zaak ten gronde betrof een geschil waarbij de werknemer na de uitdiensttreding de betaling van achterstallig loon voor 34 overuren vorderde. Hoewel de werknemer, als eisende partij, in principe moet bewijzen dat deze overuren daadwerkelijk gepresteerd werden, oordeelde het Arbeidshof in deze dat dit niet noodzakelijk is aangezien elke partij op basis van de goede trouw moet meewerken aan de bewijsvoering, en dit in zoverre mogelijk in de concrete omstandigheden.

Het Arbeidshof gaat in dit arrest echter verder dan tot nog toe het geval was in de rechtspraak en verwijst in deze context naar het arrest van het Hof van Justitie. Op basis van dit arrest oordeelt het Arbeidshof vervolgens dat “op de werkgever wel degelijk de verplichting rust een objectief, betrouwbaar en toegankelijk systeem op te zetten waarmee de dagelijkse arbeidstijd van iedere werknemer wordt geregistreerd” en leidt hier verder uit af dat “het gevolg van het feit dat dit systeem niet werd ingesteld is dat het aan de werkgever is om aan te tonen welke arbeidsuren werden gepresteerd, minstens dat de uren waarvan de werknemer [beweert] ze gepresteerd te hebben, niet werden gepresteerd.”

Hoewel deze uitspraak ook gezien moet worden in het licht van deze feitelijke zaak, waarbij de werkgever zich klaarblijkelijk in stilzwijgen hulde over de overuren, wordt de bewijslast door bovenstaande redenering de facto omgekeerd…

Ook al bestaat er op vandaag geen wettelijke algemene verplichting in België om als werkgever te voorzien in een systeem van tijdsregistratie, is dit dus toch sterk aan te raden in het licht van het arrest van het Hof van Justitie en dit nieuwe arrest van het Arbeidshof te Brussel. Zo niet, bestaat immers het risico dat u als werkgever niet in staat bent om aan te tonen dat (ex-)werknemers geen overuren hebben gepresteerd…

Bron: Arbh. Brussel 22 mei 2020, AR 2018/AB/424.