De begrippen “leidende functie” en “vertrouwenspost” in de ogen van het Hof van Cassatie

In dit arrest moest het Hof oordelen of een werknemer de hoedanigheid van vertrouwenspersoon bekleedde en of hij bijgevolg onder de toepassing van de wet inzake de arbeidsduur viel.

Het Hof herinnert dat:

  • Krachtens artikel 3, § 3, 1° van de Arbeidswet de bepalingen van die wet inzake de arbeidsduur niet van toepassing zijn op de door de Koning aangewezen werknemers die een leidende functie uitoefenen of een vertrouwenspost bekleden.
  • Voor de toepassing van de wet betreffende de arbeidsduur, onder meer de personen die onder hun eigen verantwoordelijkheid de onderneming tegenover derden kunnen verbinden, beschouwd worden als personen die een leidende functie of een vertrouwenspositie bekleden overeenkomstig artikel 2, I. 3, van het koninklijk besluit van 10 februari 1965 tot aanwijzing van de personen die met een leidende functie of met een vertrouwenspost zijn bekleed.

 In casu:

  • maakte de werknemer deel uit van het “Vanguard Team” vanaf oktober 2005;
  • bestond zijn taak uit het monitoren van transacties op het domein van de aankopen en voorraden voor de Europese vestigingen en het uitwerken van procedures en het uitoefenen van controle op de naleving ervan;
  • wordt in meerdere e-mails gevraagd om de goedkeuring van de werknemer om bepaalde aankopen te mogen doen, waarop de werknemer regelmatig het woord “approved” aanbracht;
  • dienen de personeelsleden van de diverse vestigingen in Europa aan de werknemer toelating te vragen om over te gaan tot het plaatsen van bestellingen en dus van aankopen van materialen;
  • diende de werknemer  derhalve als lid van het “Vanguard Team” eindbeslissingen te nemen.

Het Hof oordeelt dat de werknemer kon aanzien worden als een persoon die onder zijn verantwoordelijkheid de onderneming tegenover derden kan verbinden. De aankoopverantwoordelijken van de diverse vestigingen van de onderneming mochten zonder de goedkeuring van de werknemer immers geen aankopen doen. De omstandigheid dat de bestellingen niet door de werknemer zelf werden geplaatst en de aankoopverantwoordelijken van de diverse vestigingen er nog van konden afzien om een goedgekeurde bestelling te plaatsen, is niet van belang.

De werknemer viel dus niet onder de toepassing van de arbeidswet.

 Het bestreden arrest van het Arbeidshof te Gent werd bijgevolg bevestigd.

Bron: Cass. 11 september 2017, AR:S.15.0064.N/S.15.0111.N, www.juridat.be