
De wet van 18 mei 2026 houdende wijzigingen met betrekking tot de regeling van de vrijwillige overuren en van het Sociaal Strafwetboek werd op 1 juni gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
Het systeem van de 120 relance-overuren liep op 31 maart 2026 definitief af. Vanaf 1 april 2026 geldt in alle sectoren een uniform systeem: werknemers kunnen voortaan tot 360 vrijwillige overuren per kalenderjaar presteren, zonder motief of inhaalrust. Hoewel de hervorming nog niet volledig is omgezet in wetgeving, treedt zij retroactief in werking vanaf 1 april 2026, wat maakt dat de praktische gevolgen ervan nu reeds relevant zijn.
De nieuwe regeling vanaf 1 april 2026
Artikel 25bis van de Arbeidswet wordt gewijzigd. Van de 360 vrijwillige overuren genieten 240 uren een bijzonder gunstig regime:
- Geen overloon verschuldigd
- Geen sociale bijdragen (RSZ)
- Geen personenbelasting (bedrijfsvoorheffing)
Voor de resterende 120 uren is wel overloon verschuldigd en gelden de gewone regels. Voor de horecasector geldt een verhoogd contingent van 450 vrijwillige overuren, waarvan 360 uren de gunstige behandeling genieten.
Administratieve vereenvoudiging
Het akkoord van de werknemer geldt voortaan voor een jaar en wordt nadien stilzwijgend jaarlijks verlengd. Opzegging is op elk moment mogelijk door werkgever of werknemer, mits een opzeggingstermijn van een maand. De werkgever kan de werknemer niet verplichten tot het sluiten van een akkoord.
Aandachtspunten voor deeltijdse werknemers
De nieuwe regeling beperkt de mogelijkheid voor deeltijdse werknemers om vrijwillige overuren te presteren. Voortaan kunnen zij dit enkel indien aan twee cumulatieve voorwaarden is voldaan: er doet zich een tijdelijke vermeerdering van werk voor, en de werknemer werkt al minstens drie jaar op basis van een deeltijdse arbeidsovereenkomst. Werknemers in loopbaanonderbreking of thematisch verlof zijn volledig uitgesloten.
Overgangsregeling voor bestaande akkoorden
Bestaande akkoorden (vrijwillige overuren of relance-uren) gesloten voor 1 april 2026 blijven geldig tot het einde van hun looptijd en gelden als akkoorden onder de nieuwe regeling. Deeltijdse werknemers met een lopend akkoord op 1 april 2026 vallen pas bij het sluiten van een nieuw akkoord onder de strengere voorwaarden.
En de relance-uren uit het eerste kwartaal 2026?
De relance-uren gepresteerd in januari–maart 2026 tellen mee voor het contingent van 360 uren in kalenderjaar 2026. Werkgevers dienen hiermee rekening te houden bij het opvolgen van het contingent van hun werknemers in 2026.
Conclusie: een grote stap vooruit zowel voor de werkgevers als werknemers
De hervorming die met terugwerkende kracht van toepassing is vanaf 1 april 2026 biedt werkgevers en werknemers aanzienlijk meer flexibiliteit. Het verhoogde contingent van 360 uur, de gunstige fiscale en sociale behandeling voor 240 uren en de vereenvoudigde akkoordprocedure maken personeelsplanning eenvoudiger en voordeliger voor alle partijen.
Met dank aan Yakub Kalubovich voor zijn samenwerking bij het opstellen van dit blogpost
