IDD en de tweede pensioenpijler

Insurance

Op 4 oktober 2018 werd bij de Kamer een wetsontwerp ingediend tot omzetting van Europese Richtlijn 2016/97 van 20 januari 2016 betreffende de verzekeringsdistributie, de zogenaamde “IDD- richtlijn”.

Dit wetsontwerp wijzigt onder meer de informatie- en gedragsregels inzake verzekeringsdistributie, de zogenaamde AssurMiFID.

Daar waar de 2de pijler tot nog toe volledig out of scope bleef van de AssurMiFID, wordt zij thans wel geviseerd, althans in zekere mate. Het wetsontwerp voorziet immers in een limitatieve opsomming van informatie- en gedragsregels van toepassing op de 2de pijler.

Volgens het wetsontwerp gaat het om :

  • De fundamentele gedragsregels

De verzekeringsdistributeur [zijnde de verzekeringsonderneming of de (neven[1]-)verzekeringstussenpersoon] moet zich op loyale, billijke en professionele wijze inzetten voor de belangen van de klant en de door hem verstrekte informatie aan de (potentiële) klant moet correct, duidelijk en niet misleidend zijn.

  • De informatieverplichting

In de precontractuele fase dient de verzekeringsonderneming en de verzekeringstussenpersoon bepaalde informatie mee te delen zoals de identiteit, het adres, of advies wordt verstrekt, de interne en buitengerechtelijke klachtenprocedure, vergoeding, …

  • De vergoeding en transparantie inzake vergoeding

Noch verzekeringsdistributeur zelf, noch zijn werknemers mogen op zodanige wijzen worden vergoed dat er conflicten ontstaan met de plicht om te handelen in het belang van de klant. Bovendien moet vóór het sluiten van de verzekeringsovereenkomst bepaalde informatie worden meegedeeld over de vergoedingen die de verzekeringstussenpersoon ontvangt of die de werknemers van een verzekeringsonderneming ontvangen.

  • De zorgplicht

De verlangens en behoeften van de klant moeten worden vastgesteld en het voorgestelde verzekeringsproduct moet daarmee in overeenstemming zijn.

  • De koppelverkoop

Koppelverkoop waarbij minstens één product een verzekeringsproduct is, is onder bepaalde voorwaarden toegelaten. Die voorwaarden verschillen al naargelang het verzekeringsproduct het hoofd- of nevenproduct vormt.

  • Het productgoedkeuringsproces

De ontwikkelaar van een verzekeringsproduct – doorgaans de verzekeringsonderneming, maar dit kan ook een verzekeringstussenpersoon zijn – moet het product aan een productgoedkeuringsproces onderwerpen alvorens het in de handel te brengen, alsook bij elke significante wijziging ervan. Dit proces staat in verhouding tot de aard van de product. Het bepaalt de beoogde doelgroep, alsook de geplande distributiestrategie in samenhang met de beoogde doelgroep.

Tijdens de volledige levenscyclus van het product moet ook op regelmatige wijze worden nagaan of het blijft beantwoorden aan de behoeften van de beoogde doelmarkt en of de distributiestrategie passend blijft.

Met betrekking tot de distributie van verzekeringsproducten met beleggingscomponent (spaar- en beleggingsproducten, zoals takken 21, 22, 26 en 23) worden bijkomende vereisten opgelegd. Deze bijkomende vereisten zijn niet van toepassing op de 2de pijler-verzekeringen aangezien deze in de definitie van het begrip verzekering met beleggingscomponent expliciet wordt uitgesloten.

Een bepaling is voorzien met betrekking tot de collectieve verzekeringen waarbij de afzonderlijke leden niet individueel kunnen beslissen om zich aan te sluiten. In dat geval moet de vertegenwoordiger van de groep (die de verzekering afsluit) onverwijld na de aansluiting de inlichtingen aan het lid verstekken. Volgens de Memorie van Toelichting gaat het om de informatie die hem ter beschikking werd gesteld door de verzekeringsdistribiteur die zijn contactpersoon was bij de onderschrijving van de verzekeringsovereenkomst. Als voorbeeld wordt de groepsverzekering vermeld: de werkgever is verplicht om de aangesloten werknemers in kennis te stellen van de informatie die hij van de verzekeringsonderneming of de verzekeringstussenpersoon heeft ontvangen.

Het wetsontwerp voorziet in een retroactieve inwerkingtreding van de wet op 1 oktober 2018. Overgangsbepalingen voor de toepassing van de informatie- en gedragsregels zijn niet voorzien.

[1] Een nevenverzekeringstussenpersoon is een tussenpersoon die verzekeringsdistributie als nevenactiviteit uitoefent en alleen bepaalde verzekeringsproducten aanbiedt als aanvulling op een goed of dienst.