Site icon CommYounity

Economische noodwendigheden rechtvaardigen geen eenzijdige en substantiële wijziging van de arbeidsplaats

De heer B.  werd aangeworven door de bvba om te werken in het bedrijf te Machelen. Dit was dus de plaats van tewerkstelling die was overeengekomen in 1981 en de werkgever heeft hem er ook dertig jaar lang tewerkgesteld.

Uit de brieven van de bvba  van 8 oktober 2012 blijkt dat zij eenzijdig, zonder de instemming van de heer B.,  besliste om de plaats van tewerkstelling vanaf 5 november 2012 over te brengen naar Wingene.  Het was niet louter een voornemen maar een  beslissing die daadwerkelijk werd doorgevoerd.

Het betrof een belangrijke wijziging van een wezenlijk bestanddeel  van de arbeidsovereenkomst. De nieuwe plaats van tewerkstelling bracht voor de heer  B.  immers onvermijdelijk  een zeer aanzienlijke bijkomende verplaatsing mee waardoor hij dagelijks minstens  vijf tot zes uur onderweg zou zijn om naar het werk te gaan en terug te komen, daar waar tot dan toe het traject  woonplaats-werk minder dan  een half uur bedroeg.

Bijgevolg reageerd de heer B. per brief d.d. 31 oktober 2012 die meende dat de bvba door haar eenzijdige beslissing de arbeidsoveenkomst had verbroken. Hij vroeg dan de betaling van een opzeggingsvergoeding.

De bvba antwoordde dat :

Volgens het Hof :

Door deze eenzijdige wijziging van een wezenlijke arbeidsvoorwaarde heeft de bvba de arbeidsovereenkomst Bijgevolg verbroken.Het bestreden vonnis werd bevestigd; de bvba werd veroordeeld tot de betaling van een opzeggingsvergoeding aan de heer B en de tegenvordering van de bvba werd ongegrond verklaard.

Bron: Arbeidshof Brussel 23 mei 2016, AR. 2015/AB/188, http://www.juridat.be

 

Quitter la version mobile